Out of the box 1

Enige jaren heb ik onge­con­troleerd met pot­lo­den over papier gekrast en alles was mooi. Ook kon ik bij mijn oud­ers in de tuin in de zand­bak spe­len. Daar werd water heen gesleept om mod­der­stromen te creëren en het zand ver­huisde meer dan eens van de zand­bak naar het ter­ras. Aan deze onmaatschap­pelijke anar­chie kwam een einde.

Op de kleuter­school leerde ik onder de non­nen met een prik­naald plaat­jes uit te prikken. Net­jes op het lijn­tje. Ook besteed­den ze veel aan­dacht aan het inkleuren van plaat­jes, net­jes bin­nen de lijn­t­jes. Er was een zand­bakje in de klas met vorm­p­jes en een hijskraan en het zand bleef alle­maal in het bakje. Er was ook een water­bak met boot­jes, nooit kwam het water bij het zand in de buurt. In alle daaropvol­gende jaren werd hier veel aan­dacht aan gegeven. Alles bin­nen de lijn­t­jes, of juist er op. Zolang het maar niet buiten de lijn­t­jes was. Zo kreeg alles zijn plaats en vorm waar het bin­nen paste. Wie daar iets buiten plaat­ste was een gek of een clown en ook die had­den hun eigen plek.


4PtsDan sta je toch even gek te kijken wan­neer je voor het eerst, tij­dens een train­ingssessie met collega’s, de cur­suslei­der hoort vra­gen om toch vooral „out of the box” te denken bij een vraagstuk. Om dit te oefe­nen wer­den we uitgedaagd om een sim­pel raad­sel op te lossen. Vier in een vierkant geplaat­ste pun­ten moesten met elkaar ver­bon­den wor­den door mid­del van drie rechte lij­nen. Een een­voudig vraagstuk dat op nauwelijks aan­toont of aan­leert dat er „buiten de box” wordt gedacht. „Out of te box denken” ben ik als aan­moedig­ing of ander­szins later nog vele malen tegengekomen. Tij­dens diverse cri­sis­si­t­u­aties, brain­storm­sessies, train­in­gen, etc. werd en wordt te pas en te onpas gevraagd om toch vooral „out of te box” te denken. Zelden heb ik uit dit soort uitdagin­gen opzien­barende staalt­jes van cre­ativiteit naar voren zien komen.

Niet zo ver­won­der­lijk natu­urlijk. Ons gedrag en han­de­len wordt in belan­grijke mate bepaald door de wijze waarop we ons fysiek, intel­lectueel en psy­chisch hebben ontwikkeld. Bin­nen deze kaders hebben we geleerd te han­de­len en te denken. Voor een belan­grijk deel is dit van kinds af aan ingeprent of wel geconditioneerd:

  • Zo hoort het niet/​wel”
  • Als je dit niet doet dan…”
  • Zand hoort in de zandbak.”

Al deze regels leren ons als een soci­aal ele­ment bin­nen een groep te gedra­gen. Ze zor­gen voor vei­ligheid en begrip. Voor het ontwikke­len van nieuwe ideeën en con­cepten kun­nen ze ons echter aardig in de weg staan. We kun­nen onze opvoeding/​conditionering niet zomaar in– of uitschake­len en ver­van­gen door een heel andere. Ook als we dit wel zouden kun­nen doen, dan nog hebben we te maken met een omgev­ing die daar voor open moet staan. Die omgev­ing, de organ­isatie waar je werkzaam bent bijvoor­beeld, moet ook daad­w­erke­lijk bereid zijn energie te steken in oplossin­gen en ideeën die niet bin­nen de tra­di­tionele organ­isatie kaders passen. Dat vraagt moed en een groot inlev­ingsver­mo­gen van de hele organ­isatie en de indi­vidu­ele medew­erk­ers die daarin werkzaam zijn.

Als we dus echt cre­atief willen zijn, inno­vatief en vernieuwend, nieuwe geestelijke ver­mo­gens willen aan­boren en benut­ten bin­nen een organ­isatie, dan moeten we naar twee din­gen kijken.

  1. Hoe leren we echt „out of the box” denken.
  2. Welke omgev­ings­fac­toren spe­len posi­tieve rol.

Voor het eerste gaan we te rade bij een op Malta geboren Britse man­age­ment auteur en psy­choloog en voor het tweede bij het zen-​boedisme.

Wordt ver­volgd…

Com­ments are now closed for this entry